[logo] click here to go to this website's homepage
Anton Foek, freelance journalist

 Dutch / Nederlands
 het reisdagboek
 de verhalen
 de radioverhalen
 de TV verhalen
 dit is de pagina die op dit moment op het scherm staat
 de projecten
 reageer op deze site


 English / Engels
 the travel diary
 the stories
 the radio stories
 the TV stories
 the interviews
 the projects
 contact me


 my résumé
 links that I find interesting and/or important


Kamer 917, Santiago de Chile

Uit de Journalist:

Als ik dinsdagochtend ochtend om een uur of zes in mijn hotelkamer in Santago de Chile wakker wordt en ik de radio aanzet weet ik meteen dat het zover is. De staatsgreep, die al langere tijd wordt verwacht is in uitvoering. Alle radiostations spelen militaire muziek. Daaruit blijkt dat het leger heeft ingegrepen. Aan president Allende wordt de opdracht gegeven de macht over te dragen en het Moneda paleis te verlaten. Hij mag met familie naar elk land van zijn keuze.

Ik hoor dat er in geval van verzet de luchtmacht aanvalt en dat iedereen wordt aangeraden binnenshuis te blijven Ik woon al bijna drie jaar in Santiago en heb vanwege de situatie, die al enige tijd op springen staat, besloten een hotelkamer met uitzicht op de Moneda te nemen.

Verschillende Nederlandse journalisten zijn in het hotel. Marlies Simons zegt dat we vooral bij elkaar moeten blijven.

Verbindingen naar en van Hilversum zijn moeilijk en als de AVRO de eerste verbinding via een telefonist in Amsterdam tot stand weet te brengen gaat het nog bijna mis omdat ik op dat moment niet op mijn kamer ben. Gelukkig is een kennis, Gerrie Kaak, er en dankzij de PTT telefonist in Amsterdam, die de redactie weet te overtuigen van het feit dat dit de allereerste verbinding sinds de staatsgreep met Chili is, hoort Nederland een ooggetuige verslag niet van een jouranlist. Eerder moesten de redacties het doen met berichten van persbureaus.

Ik hoor en zie vanuit kamer 917 dat er tanks komen aanrijden en dat militairen zich strategisch op de daken van omliggende gebouwen plaatsen.

Ambassaderaad Hoytink speelt samen met secretaris Vornis een bijzondere rol als hij Jan van der Putten (KRO, NRC/Handelsblad) de volgende dag weet te ontzetten nadat het gebouw waar hij woont door de militairen onder vuur is genomen. Samen met zijn toenmalige vrouw, Fleur Bourgogne en zijn kind, krijgt de correspondent onderdak op de ambtswoning van ambassadeur Goedhart die op dienstreis naar het buitenland is.

Ik hoor de hawkerhunters laag overvliegen en een juiste sfeer beschrijving is moeilijk omdat het emotioneel te traumatisch is. Het lijkt een mengsel van angst en paniek zonder een richtingsgevoel voor de onmiddellijke of verafgelegen toekomst.

De hotelmanager sommeert alle 250 gasten voor hun eigen veiligheid zich naar de kelder te begeven. Voordat ik daar gehoor aan geef besluit ik mijn Uher bandrecorder in het raam te doen en er een microfoon aan te hangen. De tijdsopname in de laagste stand zodat ik uren voort kan met één bandje. De geluiden die ik nu heb zijn vrij uniek en sindsdien talloze malen door collegas in binnen- en buitenland gebruikt als ik de archivaris van de audiotheek in Hilversum mag geloven.

In de schaars verlichte kelder hoor ik dat er is voor een week eten in huis is. Ik denk aan de mensen in de poblaciones die helemaal niets hebben.

Lange tafels met banken waar de gasten aan zitten bepalen de sfeer van zakenlieden, vliegtuigbemanningen en journalisten. Af en toe het diepe gedreun van een bom die ergens het paleis inslaat. Ik ren van tijd tot tijd naar mijn kamer om de stand van het bandje te bekijken. Bij één van de gelegenheden vliegt er een kogel dwars door het raam een meter boven mijn hoofd het plafond in.

Ari Rath van de Jerusalem Post die mee is krijgt een kogel in zijn arm. Ik betrap twee Amerikaanse collegas die hun kamer met een matras hebben gebarricadeerd.

Op de radio horen we de militaire decreten. De staatsgreep is een feit. Enkele dagen later verneem ik dat er een zwarte lijst van buitenlandse journalisten circuleert.

Marlies en vele anderen moeten zich verantwoorden. De grenzen zijn dan open en we mogen dan ook weer de straat op. Het land stroomt vol verslaggevers. Een minder ervaren collega van de AVRO weet de woordvoerder van de junta te melden dat ik geen representatieve journalist van de Nederlandse media zou zijn.

Op 28 oktober wordt ik, nog steeds in het hotel en midden in de nacht door drie man van mijn bed gelicht. Waarom ze die zonnebril op hebben is een raadsel.

Richard Gott van de Manchester Guardian bevindt zich in de lift waarmee ze mij naar de garage brengen. Ik vraag hem de Nederlandse ambassade te bellen en te melden dat ik tegen mijn zin weggevoerd word. Die nacht ondervragen ze mij ik op een politiebureau ver buiten de stad naar mijn betrekkingen met andere linkse journalisten en Havanna.

Een dag later word ik overgebracht naar het Ministerie van Defensie en in een cel van 4 bij 5 meter met twintig anderen gevangen gezet. Een non komt langs en ik hoor aan haar accent dat ze Nederlandse is. Ik geef ook aan haar het telefoonnummer van de ambassade en vraag haar mijn detentie door te geven. De volgende dag zie ik ambassadesecretaris Vornis breed grijnzend aan komen lopen. Enkele uren later ben ik vrij op voorwaarde dat ik het land met onmiddellijke ingang verlaat en nooit meer terug kom. Dat is een voorwaarde gebleken waar ik mij niet aan heb gehouden.


Anton Foek

29 augustus 2003



 naar de vorige pagina